woensdag 5 oktober 2022

Afterlives - Abdulrazak Gurnah













Afterlives uit 2020 is het jongste boek van Abdulrazak Gurnah aan wie vorig jaar de Nobelprijs voor Literatuur werd toegekend. Het is een historische roman die speelt in Tanzania vanaf het eind van de negentiende eeuw tot in de jaren zestig. Het boek vertelt de levensverhalen van een handvol mensen in het licht van de grote historische gebeurtenissen. Die gebeurtenissen worden beschreven in een soepel leesbare kroniekstijl die moeiteloos overgaat in de verhaalvorm die de belevenissen, gedachten en dialogen van de personages weergeeft. Woorden en uitdrukkingen in het Duits en in het Swahili zijn op natuurlijke wijze in de Engelse tekst opgenomen en zorgen niet voor onduidelijkheden.  

De stijl waarin de roman geschreven is roept echter ook de vraag op waarom we bepaalde dingen wel en andere dingen niet te weten komen. Zo wordt bijvoorbeeld het sterfbed van een vrouw volledig door de ogen van anderen beschreven. Het zou interessant zijn om te weten wat er precies in haar hoofd omgaat, vooral ook omdat zij medische hulp blijft weigeren. 

dinsdag 5 oktober 2021

Poems 1962-2012 - Louise Glück














Van de dichteres Louise Glück had ik tot vorig jaar nauwelijks gehoord. Ik had alleen een bloemlezing in huis waarin één gedicht van haar was opgenomen. Toen ik hoorde dat ze de Nobelprijs voor Literatuur had gewonnen, was ik dus op het internet aangewezen om meer werk van haar te kunnen vinden. Ik las gedichten die ik geslaagd vond en die ik minder geslaagd vond. Dat spreekt vanzelf bij een omvangrijk oeuvre dat in meer dan een halve eeuw is ontstaan, hoewel het natuurlijk ook mogelijk is dat ik de kwaliteit van bepaalde gedichten over het hoofd heb gezien. Het werk van een eigentijdse dichter lees je nu eenmaal anders dan de hoogtepunten van een gevestigde auteur uit het verleden. Omdat een handvol gedichten op internet niet voldoende is om een zinnig oordeel te kunnen vellen besloot ik het boek Poems 1962-2012 aan te schaffen. Deze uitgave bevat op één bundel na alles wat Glück aan gedichten heeft gepubliceerd. Er gaat geen inleiding aan vooraf en de gedichten worden verder ook niet toegelicht.

De onderwerpen die Louise Glück in haar poëzie belicht gaan terug op haar eigen leven, met name het gezin waarin ze opgroeide en haar eigen gezin. Vergankelijkheid is een terugkerend thema. Daarnaast gaat een aantal gedichten over onderwerpen uit de Oudheid. Glück is vooral sterk in het beschrijven van landschappen en de invloed van tijdsverloop daarop: het voorbijgaan van dagen, seizoenen en jaren. What others found in art, I found in nature schrijft ze ergens. Verwijzingen naar andere poëzie of kunst zijn er inderdaad nauwelijks. Sympathiek is dat ze veel van wat ze waarneemt werkelijk lijkt te ondergaan en niet alleen maar van buitenaf beschrijft.

woensdag 10 maart 2021

Brieven aan Jos - Carl Friedman














In navolging van haar gedichten verscheen bij de bibliofiele uitgeverij de Korenmaat opnieuw een uitgave van de vorig jaar overleden Carl Friedman: Brieven aan Jos. De oplage bedroeg weer honderd exemplaren en ook voor deze uitgave maakte kunstenaar Ronald Ruseler een tekening.

Friedman leerde Jos den Bekker kennen toen ze nog als Carolina Klop studeerde in Antwerpen. In zijn inleiding bij de brieven schrijft Den Bekker dat hij tot de uitgave kwam omdat hij wilde laten zien hoe goed Klop destijds al schreef. Daar valt wel wat op af te dingen, want zo indrukwekkend zijn Klops brieven niet. Bijzondere beschrijvingen of interessante ideeën bevatten ze nauwelijks. Ze stoten zelfs een beetje af vanwege de neerslachtige sfeer die er altijd lijkt te zijn, ongeacht de omstandigheden. Klop vermeldt wel de troost die ze vindt in de literatuur en ze beschrijft onder meer een reis die ze maakt naar het voormalige concentratiekamp Sachsenhausen waar haar vader gevangen zat, haar werk op een krantenredactie, haar huwelijk met de Amerikaanse Jood David Friedman, de geboorte van hun zoon en hun echtscheiding.

zondag 25 oktober 2020

Das Leben der Dinge - Remo Bodei














Das Leben der Dinge
van de Italiaanse filosoof Remo Bodei is een mooi uitgegeven boekje dat geschreven werd vanuit het verlangen om aandacht te vragen voor de vergeten eigenschappen van de dingen om ons heen. Op grond van culturele noties en persoonlijke voorkeuren hebben we doorgaans alleen oog voor wat direct voor ons van belang is en daardoor verwaarlozen we talloze eigenschappen van de dingen die ons omringen. Het vergt oefening en fijngevoeligheid om de vanzelfsprekendheid van dingen achter ons te laten en hun waarde en betekenis in al hun complexiteit te bevatten.

Speciaal voor de Duitse vertaling schreef Bodei een sympathiek nawoord waarin hij zijn oorspronkelijke tekst nog eens overdenkt. Bescheidenheid en welwillendheid zijn kenmerkend voor de auteur: hij formuleert voorzichtig,
 oordeelt genuanceerd en wordt nergens stellig. Verder is hij zeer belezen en weet hij veel kennis over te brengen in een beknopte stijl. Hij put niet alleen uit de geschiedenis van de filosofie, maar ook uit het werk van literaire schrijvers als Fernando Pessoa, Jorge Luis Borges en Francis Ponge. Vooral over de keuze voor die laatste ben ik enthousiast, al vind ik het opmerkelijk dat hij niet wordt genoemd in een hoofdstuk  over kruiken. Tussen de citaten van filosofen als Georg Simmel en Ernst Bloch hadden een paar regels uit de mooie, korte tekst die Ponge ooit over kruiken schreef niet misstaan.

dinsdag 28 april 2020

Gedichten - Carl Friedman



Onlangs overleed schrijfster Carl Friedman. Ze genoot vanaf het begin van de jaren negentig bekendheid met boeken en columns waarin het Jodendom en de nasleep van de Sjoa centraal stonden. Hierdoor dachten velen dat Friedman een Joodse achtergrond had. Zelf sprak ze dit ook nooit tegen en liet ze fragmenten uit een van haar boeken opnemen in een Amerikaanse bundel met teksten van nazaten van Sjoa-overlevenden. 

In 2005 werd echter bekend dat Friedman helemaal niet Joods was en in werkelijkheid Carolina Klop heette. Friedman bleek de achternaam van haar Joodse ex-man te zijn. Haar bedrog werd haar door verschillende schrijvers kwalijk genomen. Mevrouw Klop reageerde niet op de kritiek, maar stopte wel met publiceren. Haar oude werk trok ze echter niet terug en haar in literaire kringen hooggeschatte uitgever bleef het herdrukken onder de naam Carl Friedman. Opmerkelijk voor een man die anderen dikwijls de maat nam als het ging om literaire integriteit.

Kort voor haar overlijden bleek mevrouw Klop toch nog iets gepubliceerd te hebben. Niet bij haar oude uitgever, want die is inmiddels in ruste, maar bij de bibliofiele uitgeverij de Korenmaat. In een oplage van negentig (en tien luxe) gesigneerde exemplaren verscheen een doosje met vier dichtbundeltjes met elk een tekening van Ronald Ruseler. Net als in haar andere werk spelen in deze poëzie de oorlog en de nasleep ervan een belangrijke rol. Het zijn conventionele gedichten waarin het rijm niet wordt vermeden. De beeldspraak is niet altijd even gelukkig: zo wordt het voormalige vernietigingskamp Auschwitz vergeleken met een schaakbord na het beëindigen van een partij, terwijl er daar nooit een strijd heeft plaatsgevonden die ook maar enigszins met gelijke middelen kon worden gevoerd.

zondag 11 november 2018

De man die geen hekel had aan Joden - Chaja Polak














Je hebt soms van die dromen waarin alles wat je gewend bent langzaam van karakter verandert  terwijl op het eerste gezicht alles hetzelfde blijft. Alle vertrouwde voorwerpen staan nog op hun plaats, maar ze lijken er met een andere bedoeling te zijn neergezet en ze hebben hun oorspronkelijke functie verloren. Mensen zeggen plotseling het tegenovergestelde van wat ze vroeger hebben beweerd. Je probeert ze nog te benaderen zoals je gewend bent, maar ze begrijpen je niet meer. Je begint je meer en meer machteloos te voelen in een steeds vreemder wordende wereld. En dan, op het onheilspellende moment dat de vervreemding totaal is en je volkomen eenzaam bent, schrik je wakker. Maar wat gebeurt er als je niet wakker kunt schrikken omdat je het in werkelijkheid beleeft?

Schrijfster Chaja Polak lijkt zoiets te hebben meegemaakt toen ze in 2017 het boek Oorlogsouders van Isabel van Boetzelaer las. In dit boek wordt de vader van de schrijfster, de SS’er en rechercheur van de Sicherheitspolizei Willem van Boetzelaer, voorgesteld als een naïeve jongeman die tijdens de Tweede Wereldoorlog onder invloed van zijn schoonfamilie de kant van de Duitse bezetter kiest en aan het Oostfront vecht. Later verricht hij opsporingswerk voor de Sicherheitspolizei in Den Haag, hoewel hij naar eigen zeggen geen hekel heeft aan Joden. Chaja Polak doorziet deze bewering onmiddellijk. Ze weet dat de zaak heel anders in elkaar zit. 

maandag 10 september 2018

Van binnen is alles stuk - Simon Hammelburg














Van binnen is alles stuk
van Simon Hammelburg is net als zijn korte roman Het voorgesprek een vlot geschreven boek. De personages in deze lange roman zijn goedgebekt en hebben gevoel voor humor, maar achter de grappen en ironie gaat een groot verdriet schuil. Eigenlijk is het verbazend dat ze zo over de verschrikkingen in hun leven kunnen praten. 

Het verhaal wordt verteld door een Joodse man die na de Tweede Wereldoorlog is geboren. Zijn beide ouders verloren hun familie. De sfeer in het gezin was slecht.
Mijn ouders, mijn broer en ik hadden eigenlijk nooit een familie gevormd. Iedereen leefde in zijn eigen wereld, met verschillende gedachten, opvattingen en herinneringen. 
Zijn moeder leed aan hysterische woedeaanvallen  waarbij hij mishandeld werd. Zijn vader trok zich terug in zijn eigen wereldje en had over iedereen een negatief oordeel. Toch kan de verteller, eenmaal volwassen geworden, er niet boos om worden.
Aan de buitenkant hebben zij de Holocaust overleefd, van binnen is bijna alles stuk en dat merk je dan weer aan de buitenkant. Niet erg aangenaam, maar er is niets aan te doen. Je moet het accepteren of niet. Ik ben niet boos op hen, maar op Adolf Hitler. Die neemt helaas geen klachten meer in ontvangst.

zaterdag 1 september 2018

Het voorgesprek - Simon Hammelburg















Je kunt je het bijna niet meer voorstellen, maar vijfentwintig jaar geleden was het mogelijk om een hele ochtend, middag of avond te luisteren naar interessante Nederlandse radio. Ik kwam op mijn twaalfde in het bezit van een eigen radio en het was toen dat ik begon te ontdekken dat radio heel wat meer kon zijn dan platen draaien of het journaal. Aanvankelijk ging mijn belangstelling uit naar hoorspelen, al waren die toen al een zeldzaamheid geworden op de Nederlandse radio. Later begon ik ook te luisteren naar documentaires. Er waren ook interviews te horen met interessante gasten en gespreksleiders met kennis van zaken. Iedere omroep leek in die tijd wel een boekenprogramma te hebben. Het ene programma was uiteraard beter dan het andere, maar de kans was groot dat je iedere week wel iets hoorde over een interessant boek of dat je een schrijver leerde kennen van wie je nog nooit had gehoord en van wie je meer wilde weten. 

De laatste tien jaar heb ik nauwelijks nog Nederlandse radio gehoord. De meeste programma’s die ik vroeger beluisterde zijn verdwenen en nooit vervangen door iets beters. De radio werd steeds eenvormiger en inhoudelijk leek het peil alleen maar te dalen. Er zou een interessante historische studie te schrijven zijn over hoe dat allemaal heeft kunnen gebeuren (misschien is die er trouwens al), maar wie een komisch beeld van de huidige toestand wil krijgen moet Het voorgesprek van Simon Hammelburg lezen. Deze korte satirische roman gaat over de pogingen die journalist Tonko Sluyter moet ondernemen om een belangwekkend boek te publiceren en te promoten. Dat is geen kleinigheid, zoals op de flaptekst al valt te lezen: de maatschappij en de omgangsvormen zijn veranderd en er is een nieuwe generatie journalisten aangetreden. Sluyters grootste ergernis vormen de voorgesprekken die hij met redacteuren moet voeren als hij in een programma mag verschijnen:

donderdag 24 mei 2018

Oorlogsouders - Isabel van Boetzelaer



Zelden heb ik zo’n onmogelijk boek gelezen als de familiekroniek Oorlogsouders van Isabel van Boetzelaer. Deze herziene en uitgebreide editie begint met een verklaring van de auteur waarin ze vertelt dat in de voorafgaande drukken van haar boek een belangrijk feit ontbreekt: haar Duitse grootvader was in de Tweede Wereldoorlog commandant van een berucht krijgsgevangenenkamp. Oorlogsouders is voor een belangrijk deel gebaseerd op wat Van Boetzelaer van haar moeder heeft gehoord, maar blijkbaar heeft haar moeder belangrijke feiten verzwegen. Van Boetzelaer schrijft dat ze er door een krant op moest worden gewezen. De naam van de auteur die de zaak aan het rollen bracht, Maarten van Voorst tot Voorst, vermeldt ze nergens. Over haar moeder schrijft ze:
Ik was woedend dat ze dit belangrijke feit tegenover mij had verzwegen. Tegelijkertijd gaf ik me er rekenschap van dat het weinig zin had een inmiddels negentigjarige vrouw vol spijt en met een hartkwaal het vuur aan de schenen te leggen. Ik nam mezelf vooral kwalijk dat ik me door haar verhalen die ik al een leven lang kende in slaap had laten sussen.

zondag 20 augustus 2017

Kill All Normies - Angela Nagle



Kill All Normies
is een moedige poging van Angela Nagle om de zogenaamde alt-right in kaart te brengen. Moedig, want wie zich kritisch uitlaat over bepaalde uitingen op het internet moet rekening houden met beledigingen, verdachtmakingen en aanvallen waarbij ook het schenden van privacy niet wordt geschuwd. Je moet er maar zin in hebben.

Nu wordt er in binnen- en buitenland veel gezegd en geschreven over de alt-right, maar wat de term precies betekent wordt vaak niet duidelijk. Het lijkt een containerbegrip te zijn voor alle onconventionele vormen van rechts die zich de afgelopen jaren in de Verenigde Staten hebben gemanifesteerd.

Nagle onderscheidt drie stromingen: de alt-right, de alt-light en het rechts-populisme van een politicus als Donald Trump. De alt-right (een afkorting voor alternative right) bestaat uit blanke racisten. Vroeger moesten zij gebruik maken van nieuwsbrieven en obscure tijdschriften om hun ideeën te verspreiden, tegenwoordig doen zij dat door middel van het internet.

maandag 15 mei 2017

Revisions and Dissents - Paul Gottfried














Toen eerder dit jaar in het nieuws kwam dat er nieuw bewijsmateriaal was gevonden waaruit bleek dat Pius XII tijdens de Tweede Wereldoorlog een groot aantal Joden had gered, was ik niet verrast. Dat er door deze paus Joden waren gered was immers al lang bekend. Wat mij wel opviel was de verbazing die doorklonk in de berichtgeving. Kennelijk bestaat er over Piux XII nog heel wat vooringenomenheid bij de media. Historicus Paul Gottfried komt in zijn essaybundel Revisions and Dissents tot dezelfde conclusie. Dominante standpunten in politiek en geschiedwetenschap worden in dit boek kritisch benaderd.

In het voorwoord vertelt Gottfried dat hij in zijn studentenjaren al getroffen was door de dogmatische wijze waarop bepaalde interpretaties van de geschiedenis werden behandeld. Gottfried zegt zich vaak te hebben afgevraagd of deze dogma’s de opvattingen van de politieke machthebbers vertegenwoordigen, of dat zij hun oorsprong elders vinden, bijvoorbeeld in de media.  Het is een interessante vraag die bij mij het kruisrakettendebat in herinnering bracht: hoewel er een parlementaire meerderheid was voor het plaatsen van raketten, waren de dominante stemmen in de media over het algemeen tegen.

maandag 20 februari 2017

Voorwaarts leven, achterwaarts begrijpen - Jacques Klöters














Voorwaarts leven, achterwaarts begrijpen is een omvangrijke keuze uit de ongeveer duizend stukjes die Jacques Klöters de afgelopen jaren op Facebook heeft geplaatst. De titel gaat terug op een uitspraak van Søren Kierkegaard die schreef dat het leven naar voren moet worden geleefd, maar naar achteren moet worden begrepen. Klöters heeft een vlotte verteltrant en behandelt een groot aantal onderwerpen. Terugkerende thema’s zijn de geschiedenis van zijn familie, het katholicisme van zijn jeugd, het opsporen van zaken uit de cabaretgeschiedenis en veel anekdotes over bekende artiesten. 

Klöters is een groot kenner van het cabaretverleden en weet allerlei aspecten van humor en amusement inzichtelijk te maken. Zo had ik er nog nooit uitvoerig bij stilgestaan hoezeer mijn kijk op modeverschijnselen gekleurd is door wat Klöters noemt ‘nieuwe lulligheid’. Typische vertegenwoordigers van deze humor zijn Van Kooten en de Bie, Arjan Ederveen en de heren van Jiskefet. Klöters zag deze vorm van humor opkomen in de jaren zestig, maar voor iemand van mijn leeftijd was die vorm er altijd al. Ik heb het steeds ervaren als een vanzelfsprekend commentaar op de waan van de dag, allergisch als ik ben voor modeverschijnselen.
Alles wat ooit modieus was, is nu lullig.

donderdag 1 december 2016

Fout in de Koude Oorlog - Martin Bossenbroek














Fout in de Koude Oorlog
van Martin Bossenbroek is een vlot geschreven boek over de ideologische tweestrijd die in Nederland woedde tussen 1945 en 1989. Bossenbroek gaat uitvoerig in op wat hij noemt ‘fout links’ (overtuigde communisten), ‘fout rechts’ (Westerse steun aan anti-democratische rechtse regimes) en ‘fout midden’ (fellow-travellers en pacifisten). Hij concentreert zich hierbij op de levens van Joris Ivens en Joseph Luns. De eerste was als filmer een propagandist voor het communisme, de tweede als diplomaat en politicus een verdediger van het Westen. 

Het interessantste deel van het boek gaat over het ‘foute midden’. Overtuigde communisten waren er in Nederland niet veel en dat de Nederlandse regering de kant van de Verenigde Staten koos is niet meer dan begrijpelijk. Maar dat er in Nederland een grote en invloedrijke groep is geweest die de vijanden van de eigen maatschappij heeft onderschat en goedgepraat blijft een fascinerend en misschien wel onderbelicht gegeven. 

Bossenbroek vermeldt dat hij in 1981 heeft deelgenomen aan de grote demonstratie in Amsterdam tegen kernwapens. Tegenwoordig vindt hij dat het protest van geen kant deugde en dat had men toen ook kunnen weten. Terwijl de Russische kernraketten al op Europa gericht stonden, keerde de vredesbeweging zich niet tegen de Sovjet-Unie, maar tegen de Amerikaanse kruisraketten die Europa zouden moeten beschermen.

zaterdag 1 oktober 2016

Kind van de verzorgingsstaat - Rob van Essen














De overbuurman werkte dichtbij en was dus altijd vroeg thuis. ‘Om tien voor vijf gaat daar de soep op de borden,’ werd mij ooit verteld. Het werd voorgesteld als iets om te begeren. Zelf moest ik soms tot half zeven wachten. Als ze aan de overkant klaar waren, kwam de overbuurman naar buiten met een pannetje jus. Hij gooide het leeg in de put voor zijn huis en ging weer naar binnen. Zo eens per half jaar kwam er een grote wagen van de gemeente voorrijden om de put te ontstoppen. Het was in de straat de enige put die steeds verstopt raakte. De buurman begreep maar niet waarom. Hij had er natuurlijk op gewezen kunnen worden dat het de jus was die de verstoppingen veroorzaakte, maar wie wil er belerend zijn? Wellicht had het ermee te maken dat hij van oorsprong een boerenzoon was. Vroeger thuis zal de jus in de beerput zijn geworpen, dus waarom zou je die in deze kraakheldere nieuwbouwstraat uit de jaren zeventig ook niet in de put gooien? In de laatste jaren dat ik in die straat woonde, zag ik de zoon van de buurman wel eens naar buiten komen om het pannetje in de put te legen. Sommige gewoonten kennen een lange levensduur.
Uiteindelijk waren we niet de mensen voor wie dit ontwerp was bedoeld.
Een zin uit Kind van de verzorgingsstaat, een autobiografisch boek van Rob van Essen. Hij zegt het over de naoorlogse stadswijken en ik wil niet zover gaan om hetzelfde te beweren over de nieuwbouwwijk in het provincieplaatsje waar ik ben opgegroeid, maar dat niet alles op elkaar aansloot bewijst de bovenstaande herinnering toch wel.

woensdag 31 augustus 2016

Alweer een activist - Kees Schaepman














Ieder jaar in de vastentijd verscheen er een hongerdoek in de klas. De grote plaat in kleur van de gekruisigde Jezus was altijd afkomstig uit het land waar het doel van de vastenactie van dat jaar zich bevond. Meestal was dat een land in Afrika of Latijns-Amerika, al meen ik me te herinneren dat ook India een keer aan de beurt was. Door een verkleining van de plaat over te trekken, was van het hongerdoek een kleurplaat gemaakt. De onscherpe kopie op A4-formaat moest met potlood worden ingekleurd. Aan het eind van de ochtend werd een vastenzakje mee naar huis gegeven. Thuis stond in een vensterbank een hele verzameling Afrikaans houtsnijwerk en Latijns-Amerikaans keramiek opgesteld. Ongetwijfeld ooit aangekocht voor het goede doel of misschien gekregen van een oom die missionaris was. Ik herinner me niet dat ik zo'n verzameling ooit ben tegengekomen in een boek, blad of televisieprogramma, maar ik heb er in mijn jeugd heel wat gezien. Niet alles wordt voor de eeuwigheid vastgelegd en veel gaat verloren met het verstrijken van de tijd. 

maandag 25 juli 2016

En liefde in mindere mate - Doeschka Meijsing














Toen ik las dat de dagboeken van Doeschka Meijsing gepubliceerd zouden worden, was ik meteen enthousiast. Meijsing werkte enige jaren bij Vrij Nederland en de geschiedenis van dat weekblad heeft mijn belangstelling. Ik leeg ook graag literaire anekdoten en portretten van auteurs en uitgevers. Sommige schrijversdagboeken bevatten veel van dergelijk materiaal. En liefde in mindere mate helaas niet. Toch heb ik het boek van begin tot eind geboeid gelezen. 

Doeschka Meijsing begint haar dagboek bij te houden als ze veertien jaar oud is. Als ze achttien is schrijft ze op wat het doel is van haar notities: 
Op een gegeven moment zal ik te oud zijn om nog iets nieuws te kunnen beleven. Dan ben ik een oude vrouw met enkel nog haar paradijs van herinneringen. Ik wil dan terugkijken op mijn leven en weten dat ik geleefd heb. Mijn hele leven zal ik dagboeken schrijven voor die lieve oude vrouw.
Tien jaar later is de stemming aanzienlijk gezakt: Meijsing noemt haar dagboek inmiddels een ‘klaagschrift’, een ‘monotone zang van de eenzaamheid van mijn ziel’. Wat is er gebeurd? In november 1979 komt ze tot een zelfdiagnose: narcisme. Ze heeft het idee dat ze het contact met haar ware zelf heeft verloren:
Ik ben zo weinig autonoom. Alles wat ik doe is bedoeld om anderen van mijn grootheid te overtuigen, of om mijn kleinheid te verbergen. Moedeloos word ik ervan.

vrijdag 1 juli 2016

De gouden jaren van het linkse levensgevoel - John Jansen van Galen














In augustus 2015 bestond Vrij Nederland vijfenzeventig jaar en dat moest gevierd worden met een boek over de geschiedenis van het opinieweekblad. John Jansen van Galen kreeg de opdracht om het boek te schrijven, maar de deadline werd niet gehaald: het beschikbare archiefmateriaal was daar te omvangrijk voor. Het is een goede beslissing geweest om de opdracht te geven aan een journalist die onderhoudend kan schrijven. Een hoogleraar ‘mediastudies’ had er waarschijnlijk een gortdroog relaas van gemaakt. Jansen van Galen hanteert, geheel in de geest van zijn onderwerp, een journalistieke stijl en citeert voortdurend uit gesprekken die hij heeft gevoerd met betrokkenen. Ik kreeg daardoor regelmatig de aangename indruk dat ik naar een radiodocumentaire zat te luisteren. Mijn aandacht verslapte nergens en naar het einde toe werd het boek steeds leuker om te lezen.

Jansen van Galen concentreert zich in De gouden jaren van het linkse levensgevoel op de jaren zestig en zeventig, de periode waarin Vrij Nederland een hoge oplage haalt. De voorgeschiedenis wordt kort samengevat en het boek eindigt in 1986 als VN in een budgettaire en redactionele crisis verkeert. Het linkse levensgevoel blijkt terugkijkend vooral een zelfverzekerd gevoel te zijn geweest: wat wisten die mensen het allemaal zeker! Ik ben blijkbaar niet de enige die er zo over denkt, want een VN-medewerkster schrikt bij het terugzien van oude jaargangen van de stelligheid die ze daarin aantreft: ‘Voor een lezer van nu moet dat wel pure ideologie zijn, terwijl het dat toch niet was.’ Maar wat was het dan wel?

woensdag 15 juni 2016

De waarheidszoekster - Pauline Micheels














De waarheidszoekster
is een door Pauline Micheels geschreven biografie van de publiciste Henriette Boas. Haar levensverhaal wordt in dit boek vlot en chronologisch verteld: haar jeugd als begaafd meisje in Amsterdam, de Tweede Wereldoorlog die ze in Londen beleeft, de jaren die ze in Israël doorbrengt, haar terugkeer naar Nederland, haar werkzaamheden als lerares klassieke talen en het schrijven van de vele ingezonden brieven inzake Israël en Jodendom die haar bekend maken bij het lezerspubliek.  

Over de rol die Henriette Boas speelde bij de ontmaskering van bekende misdadigers als Friedrich Weinreb en Pieter Menten biedt De waarheidszoekster niet veel nieuws: het meeste was mij wel bekend. Wat wel nieuw was voor mij is dat Henriette Boas, die ik vooral associeer met waarheidsvinding en rationaliteit, belangstelling had voor astrologie en grafologie. Helaas gaat Pauline Micheels niet erg diep in op dit aspect van Boas’ leven. 

Interessant is Boas’ typering van de Nederlandse gemeenschap die ze tijdens de oorlog in Londen aantreft. Ze neemt egoïsme, carrièredrang en antisemitisme waar. Heel wat hooggeplaatsten vallen van hun voetstuk. Het contact met de Engelsen verloopt beter dan met de Nederlanders: 
‘Engelschen zijn nu eenmaal erg onschuldig  en hebben geen idee hoe Hollanders kunnen zijn. Eigenlijk schaam ik me wel een beetje voor mijn eigen landgenoten.’

zondag 15 mei 2016

Het raadsel Joop van Tijn - Hans Vervoort














Het raadsel Joop van Tijn
is een bundel vignetten van Hans Vervoort over de in 1997 overleden journalist. Vervoort  was van 1988 tot 1996 uitgever van Vrij Nederland, het weekblad waar Joop van Tijn samen met Rinus Ferdinandusse hoofdredacteur van was. De oplage van VN was toen al geruime tijd aan het dalen. Twee jaar voordat Vervoort aantrad, was de redactie daarom verkleind. Als uitgever had Vervoort weinig te maken met de redactionele strubbelingen van VN, al komen die in het boek wel af en toe ter sprake.

Het voordeel van de vignetvorm is dat Vervoort, die een vlotte verteltrant heeft, nooit naar een geforceerde ontknoping hoeft toe te werken. De vignetten hebben vaak een flitsend karakter, hetgeen versterkt wordt door het gedrag van de altijd in beweging zijnde ‘charmante chaoot’ Joop van Tijn die ‘nooit tevreden was totdat hij alle grenzen van het acceptabele had afgetast’. Dat zijn omgeving dit zo lang heeft geaccepteerd, mag met recht een raadsel worden genoemd. Een afspraak maken met Joop is moeilijk; hem aan een afspraak houden nog moeilijker. De gesprekken die hij voert met Vervoort worden vaak abrupt afgebroken. Begrijpelijk is dat wel, want Vervoort komt meestal nieuws brengen over dalende oplagen en krimpende budgetten. 

Het raadsel Joop van Tijn bevat helaas geen voorgeschiedenis. Zelf weet ik wel iets van de historie van Vrij Nederland, maar het zou fijn geweest zijn wanneer een en ander in historisch perspectief was geplaatst. Zo wist ik niet dat er ook in de jaren zeventig, toen VN een oplage van boven de honderdduizend had, al geldproblemen waren.

zondag 1 mei 2016

As in tas - Jelle Brandt Corstius














Hugo Brandt Corstius heb ik maar één keer ontmoet. Dat was bij een filmvertoning voor genodigden. Hij kwam pas binnen toen de film al begonnen was en probeerde in het halfduister een zitplaats te vinden. De chaotische manier waarop dit gebeurde veranderde de sfeer van de bijeenkomst totaal. Alle aanwezigen moeten gedacht hebben: hier gebeurt iets anders. Na afloop raakte ik met hem in gesprek en ging menige collega over de tong. Hierbij maakte hij zich meester van een fles rode wijn en riep hij: ‘Ik drink altijd rode wijn! Als ze in een restaurant aan mij vragen wat voor rode wijn ik wil drinken, zeg ik altijd: kan me niet schelen als het maar rood is!’ Anders dan de meeste andere genodigden was Hugo Brandt Corstius aan het eind van die bijeenkomst nog net zo energiek als aan het begin. Na afloop zag ik hem buiten een doorgezakte fiets bestijgen. Aan de bagagedrager hing iets wat ooit een fietstas moet zijn geweest. Hij moest behoorlijk kracht zetten om vooruit te komen en ik zag hem langzaam voorbij de donkere gracht manoeuvreren, uiteraard zonder verlichting. Enige jaren later nam de duisternis bezit van zijn geest. Hij overleed in 2014.

Nu heeft zoon Jelle Brandt Corstius een boek over zijn vader geschreven getiteld As in tas. Het is een verslag van de fietstocht naar Zuid-Frankrijk die hij maakte om de as van zijn vader uit te strooien in de Middellandse Zee. De reis verloopt niet altijd even comfortabel. Zo vermeldt Jelle bijvoorbeeld dat hij op zijn reis een fietsbroek draagt. Die broek zorgt er weliswaar voor dat hij geen last heeft van zadelpijn, maar ook dat zijn "lul gevoelloos" wordt. Hij plaatst wat hij over het Nederlandse landschap opmerkt in contrast met Frankrijk en Rusland, maar wat hij zegt had ik zonder fietstocht door Frankrijk en verblijf in Rusland ook wel kunnen bedenken. 

Ik ben As in tas gaan lezen omdat ik geïnteresseerd ben in de vraag in hoeverre het publieke imago van Hugo Brandt Corstius overeenkomt met hoe hij zich in het persoonlijke leven gedroeg. Ik krijg bij lezing niet de indruk dat er een groot verschil is geweest tussen zijn publieke en persoonlijke optreden. Jelle schrijft: