maandag 15 mei 2017

Revisions and Dissents - Paul Gottfried














Toen eerder dit jaar in het nieuws kwam dat er nieuw bewijsmateriaal was gevonden waaruit bleek dat Pius XII tijdens de Tweede Wereldoorlog een groot aantal Joden had gered, was ik niet verrast. Dat er door deze paus Joden waren gered was immers al lang bekend. Wat mij wel opviel was de verbazing die doorklonk in de berichtgeving. Kennelijk bestaat er over Piux XII nog heel wat vooringenomenheid bij de media. Historicus Paul Gottfried komt in zijn essaybundel Revisions and Dissents tot dezelfde conclusie. Dominante standpunten in politiek en geschiedwetenschap worden in dit boek kritisch benaderd.

In het voorwoord vertelt Gottfried dat hij in zijn studentenjaren al getroffen was door de dogmatische wijze waarop bepaalde interpretaties van de geschiedenis werden behandeld. Gottfried zegt zich vaak te hebben afgevraagd of deze dogma’s de opvattingen van de politieke machthebbers vertegenwoordigen, of dat zij hun oorsprong elders vinden, bijvoorbeeld in de media.  Het is een interessante vraag die bij mij het kruisrakettendebat in herinnering bracht: hoewel er een parlementaire meerderheid was voor het plaatsen van raketten, waren de dominante stemmen in de media over het algemeen tegen.

maandag 20 februari 2017

Voorwaarts leven, achterwaarts begrijpen - Jacques Klöters














Voorwaarts leven, achterwaarts begrijpen is een omvangrijke keuze uit de ongeveer duizend stukjes die Jacques Klöters de afgelopen jaren op Facebook heeft geplaatst. De titel gaat terug op een uitspraak van Søren Kierkegaard die schreef dat het leven naar voren moet worden geleefd, maar naar achteren moet worden begrepen. Klöters heeft een vlotte verteltrant en behandelt een groot aantal onderwerpen. Terugkerende thema’s zijn de geschiedenis van zijn familie, het katholicisme van zijn jeugd, het opsporen van zaken uit de cabaretgeschiedenis en veel anekdotes over bekende artiesten. 

Klöters is een groot kenner van het cabaretverleden en weet allerlei aspecten van humor en amusement inzichtelijk te maken. Zo had ik er nog nooit uitvoerig bij stilgestaan hoezeer mijn kijk op modeverschijnselen gekleurd is door wat Klöters noemt ‘nieuwe lulligheid’. Typische vertegenwoordigers van deze humor zijn Van Kooten en de Bie, Arjan Ederveen en de heren van Jiskefet. Klöters zag deze vorm van humor opkomen in de jaren zestig, maar voor iemand van mijn leeftijd was die vorm er altijd al. Ik heb het steeds ervaren als een vanzelfsprekend commentaar op de waan van de dag, allergisch als ik ben voor modeverschijnselen.
Alles wat ooit modieus was, is nu lullig.

donderdag 1 december 2016

Fout in de Koude Oorlog - Martin Bossenbroek














Fout in de Koude Oorlog
van Martin Bossenbroek is een vlot geschreven boek over de ideologische tweestrijd die in Nederland woedde tussen 1945 en 1989. Bossenbroek gaat uitvoerig in op wat hij noemt ‘fout links’ (overtuigde communisten), ‘fout rechts’ (Westerse steun aan anti-democratische rechtse regimes) en ‘fout midden’ (fellow-travellers en pacifisten). Hij concentreert zich hierbij op de levens van Joris Ivens en Joseph Luns. De eerste was als filmer een propagandist voor het communisme, de tweede als diplomaat en politicus een verdediger van het Westen. 

Het interessantste deel van het boek gaat over het ‘foute midden’. Overtuigde communisten waren er in Nederland niet veel en dat de Nederlandse regering de kant van de Verenigde Staten koos is niet meer dan begrijpelijk. Maar dat er in Nederland een grote en invloedrijke groep is geweest die de vijanden van de eigen maatschappij heeft onderschat en goedgepraat blijft een fascinerend en misschien wel onderbelicht gegeven. 

Bossenbroek vermeldt dat hij in 1981 heeft deelgenomen aan de grote demonstratie in Amsterdam tegen kernwapens. Tegenwoordig vindt hij dat het protest van geen kant deugde en dat had men toen ook kunnen weten. Terwijl de Russische kernraketten al op Europa gericht stonden, keerde de vredesbeweging zich niet tegen de Sovjet-Unie, maar tegen de Amerikaanse kruisraketten die Europa zouden moeten beschermen.

zaterdag 1 oktober 2016

Kind van de verzorgingsstaat - Rob van Essen














De overbuurman werkte dichtbij en was dus altijd vroeg thuis. ‘Om tien voor vijf gaat daar de soep op de borden,’ werd mij ooit verteld. Het werd voorgesteld als iets om te begeren. Zelf moest ik soms tot half zeven wachten. Als ze aan de overkant klaar waren, kwam de overbuurman naar buiten met een pannetje jus. Hij gooide het leeg in de put voor zijn huis en ging weer naar binnen. Zo eens per half jaar kwam er een grote wagen van de gemeente voorrijden om de put te ontstoppen. Het was in de straat de enige put die steeds verstopt raakte. De buurman begreep maar niet waarom. Hij had er natuurlijk op gewezen kunnen worden dat het de jus was die de verstoppingen veroorzaakte, maar wie wil er belerend zijn? Wellicht had het ermee te maken dat hij van oorsprong een boerenzoon was. Vroeger thuis zal de jus in de beerput zijn geworpen, dus waarom zou je die in deze kraakheldere nieuwbouwstraat uit de jaren zeventig ook niet in de put gooien? In de laatste jaren dat ik in die straat woonde, zag ik de zoon van de buurman wel eens naar buiten komen om het pannetje in de put te legen. Sommige gewoonten kennen een lange levensduur.
Uiteindelijk waren we niet de mensen voor wie dit ontwerp was bedoeld.
Een zin uit Kind van de verzorgingsstaat, een autobiografisch boek van Rob van Essen. Hij zegt het over de naoorlogse stadswijken en ik wil niet zover gaan om hetzelfde te beweren over de nieuwbouwwijk in het provincieplaatsje waar ik ben opgegroeid, maar dat niet alles op elkaar aansloot bewijst de bovenstaande herinnering toch wel.

woensdag 31 augustus 2016

Alweer een activist - Kees Schaepman














Ieder jaar in de vastentijd verscheen er een hongerdoek in de klas. De grote plaat in kleur van de gekruisigde Jezus was altijd afkomstig uit het land waar het doel van de vastenactie van dat jaar zich bevond. Meestal was dat een land in Afrika of Latijns-Amerika, al meen ik me te herinneren dat ook India een keer aan de beurt was. Door een verkleining van de plaat over te trekken, was van het hongerdoek een kleurplaat gemaakt. De onscherpe kopie op A4-formaat moest met potlood worden ingekleurd. Aan het eind van de ochtend werd een vastenzakje mee naar huis gegeven. Thuis stond in een vensterbank een hele verzameling Afrikaans houtsnijwerk en Latijns-Amerikaans keramiek opgesteld. Ongetwijfeld ooit aangekocht voor het goede doel of misschien gekregen van een oom die missionaris was. Ik herinner me niet dat ik zo'n verzameling ooit ben tegengekomen in een boek, blad of televisieprogramma, maar ik heb er in mijn jeugd heel wat gezien. Niet alles wordt voor de eeuwigheid vastgelegd en veel gaat verloren met het verstrijken van de tijd. 

maandag 25 juli 2016

En liefde in mindere mate - Doeschka Meijsing














Toen ik las dat de dagboeken van Doeschka Meijsing gepubliceerd zouden worden, was ik meteen enthousiast. Meijsing werkte enige jaren bij Vrij Nederland en de geschiedenis van dat weekblad heeft mijn belangstelling. Ik leeg ook graag literaire anekdoten en portretten van auteurs en uitgevers. Sommige schrijversdagboeken bevatten veel van dergelijk materiaal. En liefde in mindere mate helaas niet. Toch heb ik het boek van begin tot eind geboeid gelezen. 

Doeschka Meijsing begint haar dagboek bij te houden als ze veertien jaar oud is. Als ze achttien is schrijft ze op wat het doel is van haar notities: 
Op een gegeven moment zal ik te oud zijn om nog iets nieuws te kunnen beleven. Dan ben ik een oude vrouw met enkel nog haar paradijs van herinneringen. Ik wil dan terugkijken op mijn leven en weten dat ik geleefd heb. Mijn hele leven zal ik dagboeken schrijven voor die lieve oude vrouw.
Tien jaar later is de stemming aanzienlijk gezakt: Meijsing noemt haar dagboek inmiddels een ‘klaagschrift’, een ‘monotone zang van de eenzaamheid van mijn ziel’. Wat is er gebeurd? In november 1979 komt ze tot een zelfdiagnose: narcisme. Ze heeft het idee dat ze het contact met haar ware zelf heeft verloren:
Ik ben zo weinig autonoom. Alles wat ik doe is bedoeld om anderen van mijn grootheid te overtuigen, of om mijn kleinheid te verbergen. Moedeloos word ik ervan.

vrijdag 1 juli 2016

De gouden jaren van het linkse levensgevoel - John Jansen van Galen














In augustus 2015 bestond Vrij Nederland vijfenzeventig jaar en dat moest gevierd worden met een boek over de geschiedenis van het opinieweekblad. John Jansen van Galen kreeg de opdracht om het boek te schrijven, maar de deadline werd niet gehaald: het beschikbare archiefmateriaal was daar te omvangrijk voor. Het is een goede beslissing geweest om de opdracht te geven aan een journalist die onderhoudend kan schrijven. Een hoogleraar ‘mediastudies’ had er waarschijnlijk een gortdroog relaas van gemaakt. Jansen van Galen hanteert, geheel in de geest van zijn onderwerp, een journalistieke stijl en citeert voortdurend uit gesprekken die hij heeft gevoerd met betrokkenen. Ik kreeg daardoor regelmatig de aangename indruk dat ik naar een radiodocumentaire zat te luisteren. Mijn aandacht verslapte nergens en naar het einde toe werd het boek steeds leuker om te lezen.

Jansen van Galen concentreert zich in De gouden jaren van het linkse levensgevoel op de jaren zestig en zeventig, de periode waarin Vrij Nederland een hoge oplage haalt. De voorgeschiedenis wordt kort samengevat en het boek eindigt in 1986 als VN in een budgettaire en redactionele crisis verkeert. Het linkse levensgevoel blijkt terugkijkend vooral een zelfverzekerd gevoel te zijn geweest: wat wisten die mensen het allemaal zeker! Ik ben blijkbaar niet de enige die er zo over denkt, want een VN-medewerkster schrikt bij het terugzien van oude jaargangen van de stelligheid die ze daarin aantreft: ‘Voor een lezer van nu moet dat wel pure ideologie zijn, terwijl het dat toch niet was.’ Maar wat was het dan wel?