
Je kunt je het bijna niet meer voorstellen, maar vijfentwintig jaar geleden was het mogelijk om een hele ochtend, middag of avond te luisteren naar interessante Nederlandse radio. Ik kwam op mijn twaalfde in het bezit van een eigen radio en het was toen dat ik begon te ontdekken dat radio heel wat meer kon zijn dan platen draaien of het journaal. Aanvankelijk ging mijn belangstelling uit naar hoorspelen, al waren die toen al een zeldzaamheid geworden op de Nederlandse radio. Later begon ik ook te luisteren naar documentaires. Er waren ook interviews te horen met interessante gasten en gespreksleiders met kennis van zaken. Iedere omroep leek in die tijd wel een boekenprogramma te hebben. Het ene programma was uiteraard beter dan het andere, maar de kans was groot dat je iedere week wel iets hoorde over een interessant boek of dat je een schrijver leerde kennen van wie je nog nooit had gehoord en van wie je meer wilde weten.
De laatste tien jaar heb ik nauwelijks nog Nederlandse radio gehoord. De meeste
programma’s die ik vroeger beluisterde zijn verdwenen en nooit vervangen door
iets beters. De radio werd steeds eenvormiger en inhoudelijk leek het peil
alleen maar te dalen. Er zou een interessante historische studie te schrijven
zijn over hoe dat allemaal heeft kunnen gebeuren (misschien is die er trouwens
al), maar wie een komisch beeld van de huidige toestand wil krijgen moet Het
voorgesprek van Simon Hammelburg lezen. Deze korte satirische roman gaat over de pogingen
die journalist Tonko Sluyter moet ondernemen om een belangwekkend boek te
publiceren en te promoten. Dat is geen kleinigheid, zoals op de flaptekst al
valt te lezen: de maatschappij en de omgangsvormen zijn veranderd en er is een
nieuwe generatie journalisten aangetreden. Sluyters grootste ergernis vormen de
voorgesprekken die hij met redacteuren moet voeren als hij in een programma mag
verschijnen:





